20-11-07

Domaines Schlumberger, Gewurztraminer Alsace Grand Cru Kitterlé « Le Brise-Mollets », 2001


Herkomst: Frankrijk.
Origine: Alsace.
Blend: 100% Gewurz.
Alc.: 12,5 %.
Prijs: € 13,44 (reclame).


Ben je met een paar kritische neuzen om kwaliteit te beoordelen of om een evenwichtige wijn/gerechtcombinatie te keuren, dan wil dat wel eens gemakkelijker en aangenamer gaan. Geheel onverwacht besloot ik dan maar om kantoorgenoot en collegiale wijnfreak Vincent en diens egaa annex grote boze wolf en spokenjager Myrdin mee te sleuren naar huis, een beladen bord voor te schotelen en vol te gieten met eventuele aangepaste wijnen … . Tja, dat verliep niet meteen over een nette dripstop: het voorbereiden van het gerecht nam net iets meer tijd in beslag dan gedacht, en eh … de keuze van de wijn was ook niet meteen van de poes.
‘Wijs’ als ik was, had ik de dag zelf nog even een bezoekje gebracht aan de wonderbaarlijke Ali Baba’s Cave onder de Denon AD Delhaize in Leuven. De volledige buit bestond uit een paar witte wijnen van Hugel, een Aligoté van De Villaine en twee flessen Condrieu Les Cassines van Jaboulet. Ik ging weer eens ‘één fleske’ halen. Enfin, ik had me immers al een tijdje het hoofd zitten breken over het recept dat foodfan me gemaild had, had het er met haar en haar wederhelft al over gehad en dat had het er allemaal al niet simpeler op gemaakt. Zijzelf hadden het al eens geprobeerd met een witte Bourgogne, zonder succes: de eigenaardige aromaticiteit van het gerecht vloekte met de wijn als een tang op een varken. Zelf had ik al een verwant gerecht gegeten in Mantova op onze laatste reis in Italië: Tortelli di zucca, ons aangeraden als een niet te versmaden streekgerecht door een sympathieke verkoopster in het station van Brescia. Die herinnering maakte het me evenwel niet meteen gemakkelijker, want deze Mantovaanse pompoenravioli zijn niet in het minst zo aristocratisch als de Gonzaga’s die er jaren de plak gezwaaid hebben: een mierenzoete, haast marsepeinachtige vulling, droog smakende pasta er rond en overgoten met een boter- en bouillonsausje. “Wat ga je daar in godsnaam bij drinken?”, vroegen mijn vader en ik ons al af op een luchtig terrasje gezeten langs het Vergiliuspark in downtown Mantova. Foodfan had me echter al verzekerd dat het gerecht niet zo zoet was, eerder fris en aromatisch, met een gekarameliseerde bittertoets van het witloof. Fruitig, fris zuur, droge pasta (filmend zetmeel), kruidige boter, bitter en gekarameliseerd, … een combinatie om elke sommelier een nachtmerrie te bezorgen.
Wat doe je dan als je er zelf niet het flauwste benul van hebt en er echt geen enkele fles in de kelder ligt met op het rugetiket: "Se marrie bien avec des pâtes au potiron." Trial and error! Zo gezegd, zo gedaan: vier flessen wit in de koelkast (dat was toch al iets wat we vermoedden: rood was buiten de kwestie): een Pinot Gris en een Pinot Blancs de Blancs uit het basisassortiment van Hugel (helemaal niet slecht!), een Buckettraube van Cederberg (heerlijk) en de al vermelde Condrieu van Jaboulet. Vincent en mijn ogen fonkelden al. Beide vrouwen hadden eerder iets van: “Tsk, zie ze weer glunderen, net kinderen met een nieuw speelgoedje”. Maar ja, voor één keer mochten we dan toch eens de stereotype vent uithangen, niet?
Driewerf helaas! Eilazie ende ach! Na twee uur werk aan de ravioli’s werd de hoop op een hemelse harmonie – u weet wel: met loftrompetten, engelenbilletjes en gouden lepeltjes – met elk proefglas kleiner tot er nog slechts een miezerig lichtpuntje aan den einder van de gang, richting kelderdeur wees. Beide Hugels hadden wel genoeg zuren en een goede structuur, maar misten aromatische persistentie en body om op te boksen tegen de wijdse smaakwaaier van het gerecht. Het boterige en ziltige van het sausje waren geen probleem, maar de zoetzuurbalans van de vulling werd niet gematched en zeker de gekarameliseerde bitters speelden beiden parten. Vooral de Pinot Gris kwam niet veel verder dan een eerste impressie op de tongpunt om daarna in het heetst van de strijd compleet te verdwijnen. Bij de Pinot Blanc was er iets meer kracht, maar werd het zure van de vulling weer te erg versterkt. Jaboulets vermeende raspaard raakte evenzeer kant nog wal. Van deze coryfee hadden we alleszins wat meer exotische aroma’s en body verwacht dan van beide voorgaande wijnen, maar dat konden we wel helemaal op onze buik schrijven: wat fletse aroma’s van oranjebloesem – net een verwaterd parfum –, een beetje abrikoos, wat was en daarmee was de kous af. Qua body en structuur doorstond hij zelf de vergelijking met beide Hugels niet. Huilen met de pet op ... . Een teleurstelling waarvan wij alleen maar hoopten dat het na wat blootstelling aan de lucht wel allemaal goed zou komen ... . Nope, huilen met de pet af ook nog eens, want de dag erna was het niet veel beter volgens mijn dierbare collega. De enige wijn die wat interessants aan tafel te brengen had was mijn geliefde Buckettraube: een raspaard voor nog geen € 7 uit de stallen van het Zuid-AfrikaanseSchlumberger Kitterlé Cederberg. Veel frisse zuren, een haarscherpe focus en een mooi, rond smaakpalet van Cavaillon, abrikoos, bijna overrijpe limoen en wat kerosine. Niet te begrijpen dat deze druif in Duitsland bijna vergeten is! Edoch, het mocht niet zijn: hier was dan de bitter van het witloof er teveel aan en ging de meloensmaak wat te erg op in het zoet van de pastavulling ... .
Toen was er nog slechts geween en tandgeknars, ware het niet dat er in de infernale regionen van dit huis wel wat wijn achter hoek en kant steekt. De kelder in dan maar. Het eerste waaraan ik dacht was een nog pas gekochte Gewürztraminer van Schlumberger (nooit gedacht dat ik die zo vlug ten dienste zou roepen). En deze keer was het (gelukkig) een schot in de roos. Misschien waren zijn zuren net niet scherp genoeg (dat had zeker ook te maken met het feit dat ie wat te waqrm het glas in ging), maar eh ... qua aroma hadden we niet beter kunnen hebben. Vincents state-of-the-art nota: “Mooie prestatie van wijnmaker Eric Beydon-Schlumberger. Deze Gewürtztraminer (in de Elzasstreek spelt men het zonder umlaut) vult het glas met een citroengele schittering en geeft in eerste instantie een intens fruitig aroma vrij met een florale ondertoon. Later volgt een typisch parfum van lychees, maar krijgt het aroma ook een meer kruidige toets. In de mond blijkt deze Gewürtztraminer behoorlijk zoet, al wordt die zoetheid naar het einde toe wat gecompenseerd door frisse zuurtjes. Het weelderige fruit (appel, peer, lychee) wordt gedragen door een stevige structuur en blijft nog lang nazinderen. Dit is geen wijntje dat je zomaar in de steek laat wanneer het je tong verlaat. Al bij al een mooie, complexe en verrassend zoete wijn die nog zeker tot 2010-2011 houdbaar moet zijn.” Dat iet of wat verrassend zoete, gecombineerd met wat botrytis deed het hem net in de vereiste body én de karamel/bittercombo van het witloof. De nog steeds fijne fruitzuren (mandarijntjesachtig) gingen zonder enig probleem door het filmende pastadeeg en de zoetzure pompoenvulling werd mooi gehighlight en omgeven met backing vocals van lychee, rozenconfit en kurkuma. Onze ogen glimden inderdaad en dat ontging de kleinste van het gezelschap niet. “Ik ook wijn!”, luidde het, een bevel waaraan niet te ontkomen viel en dat terstond bekrachtigd werd met Myrdins seal of approval: “Nog!”.
Overbodig te zeggen dat ook wij dachten: “nog!

Beoordeling: 91/100.grapegrapegrapegrape
Geproefd op: 30.11.2007.

23:53 Gepost door Amaronese in Frankrijk | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

15-11-07

Domaine du Gourget, Réserve Rochetour, Côtes du Rhône, 1996

Herkomst: Frankrijk.
Origine: Côtes du Rhône.
Blend: Grenache, Syrah, Mourvèdre.
Alc.: %
Prijs: € 13,50.

Vorig jaar ontdekten we met twee snoepers van de Orbis de Foire du Vin, een kleinschalig initiatief dat een dertigtal Vignérons Indépendants uit verschillende wijnregio’s naar België brengt. Het gaat hier steeds om kleine boeren die met veel liefde voor de traditie en respect voor het milieu wijnen maken waarin je dikwijls ‘de hand van de wijnmaker’ kan proeven. Het grootste gedeelte van hun productie brengen ze zelf in de handel, hetgeen dus betekent dat er niet met importeurs en/of grootslijters gewerkt wordt. Dat is mooi meegenomen voor de rechtgeaarde wijnliefhebber en voor de wijnboer zelf, want die zien de prijs die hij/zij betaalt/vraagt voor een fles niet verdeeld over 37 tussenstations. Je kan dus op de Foire du Vin voor redelijk weinig geld al wat moois op de kop tikken, alhoewel het natuurlijk toch uitkijken is voor wijnboeren die de prijzen zelf al te goed kennen en wijnboeren die gewoon slechte wijn maken.
Interessanter nog is het feit dat je gewoon op je gemak kan proeven en een babbeltje kan slaan met de wijnboeren zelf. Zo stranden we vorig jaar bij Mr. en Mevr. Tourtin van Domaine du Gourget, twee ontzettend vriendelijke en innemende mensen. Zij in zwarte kant, hij in velours en vareuse met hoog bompagehalte. We hadtasting notes blog 043bisden slechts een goede drie uur voor de beurs uitgetrokken en voor we het wisten stonden we een uur te babbelen met enkele goede glazen wijn in de hand. Het begon, hoe kan het anders, met wit: 100% Viognier, en heerlijk. Gewoon heerlijk, pretentieloos en – voor ik in herhaling val – heerlijk. Vorig jaar nam ik er niets van mee, maar dit jaar kon ik er helemaal niet aan weerstaan, want hij was … inderdaad, heerlijker dan heerlijk. Enfin, na wat gepalaver schakelden we over naar de Côtes du Rhône Rochegude, een aangenaam frisse wijn, zonder de overdadig alcoholische pruimaroma’s die je zo dikwijls hebt op wijnen van dit type (er is ook een cuvée gebotteld door Delhaize, maar die ‘wil wel eens verschillen’).
En dan, ja, de kers op de taart: de Réserves. Deze Réserves rijpen tot vier jaar in van die ouderwetse, grote foudres, die wel eens verschillende keren gebruikt worden. Zo ouderwets dus dat heel wat ‘kenners’ er bij voorbaat hun neus voor ophalen. Wel, gelukkig ‘kenden’ wij niets van wijn, want deze kerels lieten zich bepaald van hun allermooiste kant zien. De beste was ongetwijfeld zijn 1996: essence van aardbeien met bijna een potpourritintje, maar zonder dat duffige, fletse van het traditionele wc-mandje. Heel het geurenscala van fijne Grenache met wat sappige rode kers en viooltjes van Syrah gecombineerd met een rauwe, kruidige diepte van Mourvèdre zit samengebonden op iets wat blijkbaar zeer typisch is voor zijn terroir (en daar hoort hij dus zelf ook bij): een heel frisse zweem van kruidnagel, pikante rozenessence en cederhout of iets dergelijks. Het doet bijna denken aan mijn Blue Label van Givenchy: “Blue Label is a relaxed version of Givenchy pour Homme. This fresh, dynamic and vibrant scent is ideal for the active man who likes to relax, unwind and feel free. Still as elegant, but with a "rebel" touch.” Zoiets, iets waaraan ik haast verslaafd ben. Als ik hem proef of ruik, zie ik het koppel Tourtin voor me: beiden klein van postuur, hij geblokt, zij frêle, hij een ouderwetse gentleman, zij een flamboyante dame, hij met geheven wijsvinger en flitsende ogen uitleggend, zij dromerig en lieflijk haar mari aanschouwend. Ik kan het eigenlijk niet omschrijven, maar het is zo uniek en zo betoverend dat ik het nu zo ongeveer ruik terwijl ik zit schrijven en er – tsk, tsk – melig van wordt.
Een paar maanden later haalde ik een fles uit de kelder om Guy’s Château Fontenil te overtroeven en … dat deed ie met overschot (allez, ’t moet gezegd, die Fontenil was al geweldig, so). Iedereen was het hier over eens, zelfs Guy, die na één snuif al glimlachend toegaf: “Ja, dat is niet normaal hè”. Wat ons zo pakte was dat dit een echte vin sans prétention was met alles erop en eraan. Paradoxaal genoeg merk je haast niet dat hij al een dikke tien jaar op de wereld is: een haarscherpe rand, weinig evolutie in de kleur, een neus die uit het glas springt en een heerlijke frisse smaak met knapperige tannines die mij altijd doet denken aan een koude wintermorgen met stralende zon en staalblauwe hemel.
 
Ontroerend goed, was ons besluit, op de beurs en zelfs enkele maanden later. Een fles die ik koester, die ik dikwijls vast heb, maar steeds met een glimlach terugleg.

Beoordeling: 95/100. grapegrapegrapegrapegrape
Geproefd op: 27.12.2006.

 

11:58 Gepost door Amaronese in Frankrijk | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

14-11-07

Lungarotti, Rubesco, Vigna Monticchio 2000, Rosso Torgiano Riserva DOCG

Herkomst: Italië
Origine: Torgiano
Blend: 70% Sangiovese, 30% Cannaiolo.
Alc.: 13,50%.
Prijs: € 37.

Het verhaal van de rijke industrieel die even een wijnaardje op de kop tikt of simpelweg een château met hebben en houden overkoopt begint zo stilaan een algemeen geaccepteerd topos te worden in het wijndiscours. Is het misschien een uitwas van de geïnstitutionaliseerde bedrijfscultuur in navolging van enkele met rijk gespijsde kelders koketterende industriebonzen of managementgoeroes? Waarschijnlijk wel, want je kan ze zo ongeveer niet meer op je beide handen en voeten tellen. Ga het rijtje maar af: van Frédéric Engerer als gérant in Château Latour tot onze eigenste Jan Theys. Ondertussen is deze side kick al geëxporteerd naar andere regionen van de high life du beau monde: denk maar aan de reeksen (porno)acteurs, regisseurs of politici – zo ongeveer allemaal één pot nat – die hun zuur verdiende centjes investeren in een lapje grond met enige wijnstokjes. Jaja, wie droomt er nu niet van een wandelingetje bij dag en dauw in de prille Zuid-Franse ochtendzon door een eigen wijngaard, terwijl je hier en daar liefkozend jonge trosjes Mourvèdre of Carignan – ach nee, doe maar Cabernet Sauvignon en Merlot, veel meer standing - door de hand laat glijden? Het wordt zo stilaan koekjesdozenromantiek of beter nog: een tot wel zeer rendabele kitsch verworden cult move.
Toch is het ooit anders geweest, want ooit waren er die pioniers die hun 12 to 12 job moe waren en besloten er het bijltje bij neer te leggen. Steevast voor geschift versleten waren daar wel enkele wijnnerds bij die van hun hobby simpelweg hun beroep probeerden te maken. Eén van die halve gekken was ‘Dottore’ Giorgio Lungarotti. Allez, zeg maar hele gek, want daar werd ie toch minstens enkele tientallen jaren voor versleten door het gros van de Italiaanse wijnboeren. Giorgio was weliswaar een gerespecteerd agronoom, maar op zijn ideeën over goede wijn maken in Umbrië had men het niet zo echt begrepen. Toen hij in de jaren zestig een hele wijnberg opkocht en daar eigenhandig naast Sangiovese, Cannaiolo en Trebbiano ook nog eens Cabernet Sauvignon en Merlot aanplantte konden veel wijnboeren in Toscane enkel maar de schouders ophalen. Edoch, dat was even buiten het toen nog miskende genie en de noeste arbeid van ‘Il Dottore’ gerekend. Enkele jaren later werd zijn Rosso Torgiano immers al de DOC-status toegekend (als één van de eerste in Italië!) en vanaf het begin van de jaren negentig mocht zijn Torgiano Rosso Riserva het fel begeerde roze DOCG-bandje om de hals knopen. Over zijn Torgiano Rosso Riserva ‘Vigna Monticchio’ werd immers enkele jaren daarvoor al rondgefluisterd dat het de Mouton-Rothschild van Italië was (bij nader inzien vind ik dat misschien toch een beetje geringschattend)!
Enkele maanden geleden deden we met de Orbis eens een eerste BYO-proeverij en dat watasting notes blog 039s meteen een succes. Er dook niet alleen een Château Fontenil 1986 (de eerste jaargang van Rolland) op, maar ook een Reserve Côtes du Rhône van Gourget en deze Riserva Vigna Monticchio van de Giorgio. Ik had hem al eens geproefd een jaar daarvoor bij een gruffy vertegenwoordiger op Megavino en dat was toen al een onvergetelijke ervaring. Het eigenaardige van deze wijn is dat hij eigenlijk een voorloper is van de hedendaagse, moderne Chianti. Lungarotti was immers bij de eersten om de witte druiven uit de klassieke blend te keilen en enkel Sangiovese en Cannaiolo te gebruiken. Ook de vinficatiemethodes werden duchtig aangepast. De betonnen cuves verdwenen en maakten plaats voor inox, er werd koud gemacereerd en de reusachtige bottes hadden hun beste tijd ook gehad: ze werden nog slechts gedeeltelijk gebruikt samen met kleinere bottes in de trant van Bordeaux-barriques. Als je ’m nu blind zou proeven tussen een reeks Chianti’s (of misschien beter: Vino Nobile’s) haal je hem er qua stijl zeker niet tussenuit (als hij ouder wordt en meer van z’n terroir laat doorschijnen is hij echter wel zeer herkenbaar). Het lijkt wel een moderne Chianti met wat meer extractie en de nu als klassiek aanziene blend. Een voorbeeld voor Chianti, wat later, maar, pikant detail: uit het naburige Umbrië. Het kan verkeren … .
Leuke van de zaak is dat hij voor een boegbeeld, voor ene cultwijn helemaal niet beestig duur is. Tussen de € 25 en 30, zeker niet overdreven voor een Riserva (behalve bij Vini France Leuven natuurlijk, waar er toch wel gaarne met woekerwinsten gewerkt wordt). Ander leuk detail: er gaan geen internationale druivenrassen in deze wijn en toch heeft hij een knappe structuur, een volle body en een gevulde kleur. Dat is misschien net zo sterk aan deze wijn/deze appellatie/dit huis: de topwijnen worden gemaakt van autochtone druivenrassen, weliswaar met modernere technieken, maar met oog voor de typiciteit van die enkele hellingen rond het kleine dorpje Torgiano.
Wij proefden alleszins een nog jonge Monticchio met evenwel zalig fluwelige tannines en een, voor mij toch, ontroerend samengaan van verfijnde elegantie en strenge kracht. In de nog jonge en verlegen neus herkennen we kaneel, kruidnagel en bosaardbeien geruggensteund door veel sappige en rijpe opgelegde kriekjes. Dat komt allemaal mooi geconcentreerd terug in de mond zonder al teveel ronde vetrolletjes, eerder pittig met gedroogde impressies. Na wat luchten in het glas geeft ie ook al weg wat we nog mogen verwachten: bosgrond met nat mos, boomschors en shii-take. Laat dat laatste nu net datgene zijn waar ik zo gek van ben in rijpe Sangiovese's uit Montepulciano of ietsje zuidelijker (’t is te zeggen: enkele kilometers verderop) de Sangiovese’s van de Colli Amerini.
Een wijn waarmee ik binnen een paar jaar al peinzend mee in de vlammen van ons imaginaire haardvuur wil staren … .

Beoordeling: 92+/100. grapegrapegrapegrape
Geproefd op: 27.12.2006.

11:50 Gepost door Amaronese in Italië | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |